Geboren om te reizen

Ik ben geboren in een heel klein dorpje, Hall, dat klinkt wel buitenlands maar ligt op de Veluwe. Het was op een boerderijtje waar de koeien voor het raam stonden en waar we twee ganzen hadden die Gijs en Gommeltje heetten. Terwijl ik mijn eerste stappen zette voerde ik kippen en had ik steun aan onze hond Boenki. Als m’n vader thuis kwam rende ik zijn kever op de landweg tegemoet. Met mijn moeder deed ik een spel wat wij ‘tegenkomertje’ noemden terwijl wij naar het dorp wandelden met onze kinderwagens, zij met mijn zusje erin en ik met pop Bart.
Ik kan me er niet veel meer van herinneren omdat we al op mijn derde voor het eerst verhuisden maar het was een mooi begin. 



Het Lendeke in Hall

Dat verhuizen bleef, waarom precies is me eigenlijk nooit duidelijk geworden maar mijn ouders hielden ervan zo om de 2 jaar van locatie te wisselen. Ik wisselde daarom ook vaak van school. Een goede basis om je overal thuis te voelen en makkelijk aan te kunnen passen. Ik heb het ook nooit als iets negatiefs ervaren. Maar zat zo wel op 4 kleuterscholen, 4 lagere scholen en 3 middelbare scholen. Het betekende wel dat ik niet perse vrienden maakte in de klas, dat werd niet altijd begrepen op school. Maar mijn vrienden waren kinderen van vrienden van mijn ouders waar we veel vakanties en weekenden mee vierden en zaten toen al, overal en nergens.

We waren een normaal gezin, althans in mijn ogen. Vader, Rob, die eigenlijk teveel werkte en er weinig was, maar carrière maakte en zo zijn wortels ontgroeide en zorgde voor voldoende brood op de plank, 2 auto’s voor de deur, 2 vakanties per jaar en een goed pensioen. Geboren in Indonesië, in een kamp gezeten maar spreekt daar weinig over, overtuigd atheïst, natuur liefhebber, shagroker en in zijn jongere jaren dienst weigeraar en activist.
Moeder, Elseline, die ook werkte, maar er ook meestal was en ons overal heenreed en ophaalde. Geboren in de trapgevelwoningen van de pastorie in Sloten, Friesland als dochter van een dominee maar ergens de kerkgang verloren en met mijn atheïstische vader getrouwd. Ondanks dat mijn vader eigenlijk geen kinderen wilde heeft mijn moeder hem toch zover gekregen en 3 kinderen gebaard, van hem ja.
Mij als eerste, daarna een jongetje, Roel, wat is overleden doordat hij dubbel gehandicapt was en toen mijn zusje, Rian. Wij hadden een prima jeugd, met ruzies en gezelligheid, vrienden en geborgenheid. We reden veel paard in de natuur maar waren niet altijd blij dat we het grootste deel van onze middelbare school zo afgelegen woonden. Achteraf gezien is daar bij ons beiden natuurlijk wel de basis gelegd voor de liefde voor het wonen in de natuur. Rian is inmiddels al meer dan 10 jaar getrouwd met Stephan waarmee ze samen een huis heeft gebouwd in Costa Rica en gewoond heeft in Thailand, Spanje en Portugal. Kinderen krijgen is hen, ondanks het op vele manieren proberen, helaas niet gegund. Daar hebben ze verdriet van maar leggen zij zich nu ook bij neer.



Familie Beute in de Amazone in Ecuador in 1979

Op mijn 10e gingen we verhuizen naar Aruba. In eerste instantie voor 3 jaar. We gingen daar naar school, lieten al onze meubelen per containerschip overkomen en gingen op vakantie naar Venezuela en Ecuador. In ’79 ervoer ik dat als zeer uniek. Uiteindelijk zijn we maar een jaar op Aruba gebleven door allerlei politieke ontwikkelingen rond het werk van mijn vader om de sociale woningbouw op Aruba op te zetten. In dat jaar is echter zoveel gebeurd dat het een groot stempel heeft gedrukt op de belevingswereld van ons hele gezin. Werkstukken gingen na ons bezoek aan de Galápagos eilanden bijvoorbeeld altijd over Charles Darwin en dat je ook in een land kon leven waar het weer altijd warm was en je naar buiten gaat om te dansen de warme regen heeft bij mij een drijfveer en droom aangelegd waar mijn verdere leven op gebaseerd is.
Dat mijn ouders het niet altijd even leuk vonden later dat ik zo door het leven ging kon ik altijd lekker afschuiven op hun eigen schuld. Hadden ze ons toen maar niet mee moeten nemen naar Aruba en al die andere mooie plekken. Ik ben ze juist dankbaar natuurlijk dat ze dat wel gedaan hebben. Het heeft voor mij vele mogelijkheden geopend die voor anderen misschien ver weg lijken of blijven.




Galapagos eilanden 1979 met Rian
Een ding wist ik zeker vanaf het moment dat we weer in Nederland terug waren en dat is dat ik weer weg wilde. Op mijn tienerkamer hingen alleen posters van onbewoonde eilanden en palmstranden. Het duurde wel heel lang zo’n schooltijd maar uiteindelijk rondde ik mijn VWO af in ’88. Ik was 19 en wilde na mijn eindexamen zeker eerst een jaar weg. Het eindexamenjaar gebruikte ik dan ook om brieven te schrijven naar 28 cruise organisaties. Ik had tenslotte geen geld om gewoon te gaan reizen dus ik moest zien te werken en te reizen tegelijk en dat kon in een vliegtuig of op een schip dacht ik. Ik koos voor varen, misschien ook omdat mijn vader voor zijn trouwen de wereld over heeft gevaren met de Holland America Lijn.



The Holiday van Carnival Cruise Lines
Dealer black jack met andere crewleden en kapitein

Ik kon uiteindelijk kiezen uit 3 maatschappijen. Windstar Sail cruises hadden prachtige schepen die in de South Pacific rondvoeren maar daar moest ik werken als kamermeisje. Hutten schoonmaken vond ik geen probleem behalve dat dat ook moest als we in ‘port’ lagen en dan wilde ik natuurlijk aan land, daar ging het mij om. Bij Carnival Cruise Lines in de Caribbean kon ik beginnen als croupier Black Jack in het casino, en het casino is dicht als je in de haven ligt dus dan kun je aan land. De keus was snel gemaakt.
Het had nog heel wat voeten in de aarde om daar uiteindelijk ook te komen. Je moest allerlei bewijzen van goed gedrag hebben inclusief vingerafdrukken van de politie en natuurlijk een zeemansvisum. Bij aankomst in Miami werd je eerst een paar dagen medisch binnenste buiten gekeerd voordat je het schip op mocht en onderworpen aan een leugendetector test om aan te tonen dat je nooit drugs had gebruikt of gedeald. Nee, zei ik met een stalen gezicht en zonder emotie op iedere vraag, ik heb nog nooit een jointje gezien. Ik kwam overal doorheen en mocht aanmonsteren op de ‘Holiday’ van Carnival Cruise Lines in Miami. Een van de grootste cruise schepen in die tijd. 1850 passagiers en 660 man crew. Een enorm flatgebouw gericht op de jongere cruiser met de slogan “Carnival’s got the fun’ wat iedere week hetzelfde rondje voer vanaf Miami naar Cozumel, Mexico, Grand Cayman en Jamaica. Ik kende in die tijd niemand die ooit in Mexico geweest was en vond dat erg stoer. We hadden 3 hele zeedagen waarop we de hele dag werkten in shifts. 3 landdagen (Miami, Grand Cayman en Jamaica) waarop we alleen ’s avonds werkten en 1 hele dag vrij op Cozumel in Mexico.

Het schip zat vol met crew van allerlei nationaliteiten en had een enorme hiërarchie. Je werkte er niet alleen je woonde er ook. Je deelde een hut met een collega uit het casino en at in de crew mess. Iedere week hetzelfde, aan de hand van de dag wist je wat er te eten was. Ik moest beginnen in een ‘booth’ als geldwisselaar. Al die rollen met quarters en dimes voor al die rinkelende ‘slot automaten’ . Als je aan het eind van de dag te weinig had moest je zelf bijleggen. Pas als er nieuw personeel kwam klom je op naar dealer Black Jack, in de tussentijd kreeg je een opleiding tot croupier. In de booth stond je onderaan de ladder, je werd nog niet gezien door de rest van de crew en daar had ik wel moeite mee. Wanneer je dan eindelijk dealer wordt na 3 maanden en ze wel interesse in je tonen hoeft het eigenlijk niet meer. Ik ben nooit zo goed geweest in hiërarchie maar misschien was het wel eens een goede les voor me.
Kaarten dealen vond ik wel leuk. Je bent als bank eigenlijk deel van het spel en sommige avonden win je, andere verlies je. Als er dan een grote speler aan tafel zit wordt je van de tafel afgehaald. Dat kan ook andersom gebeuren, als er een dealer veel verloor werd die eraf gehaald en ik er soms opgezet. Dat was spannend als het om grote bedragen ging. Als 20 jarige was het een interressant leven op een schip. En vooral achteraf heb ik het altijd leuk gevonden dat ik het heb meegemaakt. Maar het was niets voor mij, net zoals de padvinderij of het leger niets voor mij zou zijn. Ik heb het maar 6 maanden volgehouden.



                                                                           Backpacken door Mexico - Chichen Itza

M’n doel had ik wel bereikt, in die 6 maanden hetzelfde rondje was ik tig keer een dag aan land geweest. Overal ging ik op ontdekking. Zaterdag winkelen in Miami’s Flaglerstreet, maandag duiken op Cozumel, woensdag naar het strand op 7 miles beach, Grand-Cayman en donderdag naar Kingston met 3 blonde meisjes om het Bob Marley huis te bezoeken of stiekem een joint roken met een of andere Rastafari op een strand na een paardrijdtocht ver voorbij de beroemde Jamaicaanse watervallen.

Iedere maandag hadden we een vrije dag, op Cozumel dus. Dat was altijd groot feest in een tent die Carlos ’n Charlies heette waar de tequila je in de mond werd gegoten. Amerikaans/Mexicaans vertier. Dat was een tijdje leuk maar ik wilde meer doen en ben begonnen met duiklessen op de maandagen dat we daar waren. Daar ging werkelijk een nieuwe wereld voor me open maar dat is een ander verhaal.
Na een avond waarop we bijna de laatste tender hadden gemist om naar het schip terug te komen moest ik bij de kapitein komen in zijn hut vol met jigsaw puzzels aan de muur. We kregen straf. Ik besloot om van het schip af te gaan en naar Cozumel te gaan om verder te gaan duiken en bij vrienden duik-instructeurs te gaan wonen die ik inmiddels had gemaakt.
Dat had nog wel wat voeten in de aarde want je kan niet zomaar een Amerikaans schip verlaten. Mijn paspoort was in handen van de casino manager, een gladjanus ten top. Op Cozumel was ik al met de immigratie gaan praten of ik de volgende week daar aan land mocht komen, dat was gelukt. Ik nam ontslag en zou de volgende maandag afstappen. Gelukkig kwam mij net op tijd ter oren dat de casino manager zich hierdoor gepasseerd voelde. Ik kon nog net op Grand-Cayman een ticket kopen van Miami naar Cozumel. Het zag er namelijk naar uit dat ze mij tegen gingen werken en me niet in Cozumel zouden laten afstappen maar in Miami al van het schip af zouden zetten. Dat gebeurde ook en mijn paspoort was in handen van de kapitein. In Miami werd ik opgewacht door een zwarte Amerikaanse immigratie medewerker die mij onder escorte het land uit moest zetten. Ik zeg zwart omdat die man onderweg naar het vliegveld steeds maar wilde weten of ik het wel eens met een zwarte had gedaan. Naar het vliegveld, door de douane, hij met mijn paspoort in zijn hand wat ik pas terugkreeg toen ik in het vliegtuig zat en de stewardess voor mij tekende. Als ik op Grand-Cayman geen ticket had gekocht naar Cozumel hadden ze me zo linea recta in het vliegtuig naar Nederland gezet. Nu was het geen enkel probleem, ik liep daar uitgelaten lachend met mijn ticket naar Mexico.
Wel moest ik toen nog even mijn moeder bellen, in die tijd uitzonderlijk en duur, om te vertellen dat ik ontslag had genomen en naar Mexico ging. Daar moet ze toen wel een halve hartverzakking van hebben gekregen denk ik.   


                                                                 Met Claudia ben ik nog een paar keer teruggeweest

Wat volgde was een half jaar op Cozumel waarin ik liftend door Mexico ging met een bevriende duikinstructeur en later ging samenwonen met een andere duikinstructeur, hoe cliché!
Toen ik na de rondreis met nog maar 20$ op zak op zoek was naar werk en dat vond in een resort achter een ‘time sharing’ desk waar informatie over het resort en het eiland moest geven en ik brieven schreef naar Nederland. Iedere week wachtte ik smachtend op brieven en kaarten uit Nederland bij mijn Mexicaanse postbox. Op het laatst heb ik nog eindeloos getwijfeld of ik niet zou blijven bij mijn vriendje in plaats van studeren in Nederland. Maar toen mijn ouders voor mijn 21e verjaardag langskwamen en ons (zus en ik) mee terug naar Aruba namen na 10 jaar, zag ik toch het licht en besloot naar Nederland terug te gaan om Theaterwetenschappen te studeren aan de Universiteit van Amsterdam.

Hartverscheurend huilend nam ik een paar weken later afscheid van mijn eerste buitenlandse vriendje om in Miami op doorreis nog een enorme ‘eyeopener’ te krijgen in het ‘guesthouse’ waar ik overnachtte. Er was een barbecue die avond waar je zelf je vlees voor moest gaan kopen. Dat werd een topavond met de leukste gesprekken met allerlei reizigers die overal vandaan kwamen en overal heengingen. Wat een mogelijkheden allemaal. Daar zou ik zeker meer mee gaan doen. In Miami had ik al eerder dat jaar een boek gevonden dat heette ‘South America on a shoestring’ daar stonden allerlei handige dingen in om te weten hoe je kon reizen door Zuid-Amerika met weinig geld. Het was 1989 en mijn eerste Lonely Planet! Ik geloof dat ik hem helemaal gelezen heb!
 
Wie iets waagt verliest even zijn houvast, wie niets waagt, verliest zichzelf – Søren Kierkegaard


The Road Not Taken
Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
To where it bent in the undergrowth;

Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim
Because it was grassy and wanted wear,
Though as for that the passing there
Had worn them really about the same,

And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I kept the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way
I doubted if I should ever come back.

I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I,
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.
Robert Frost

4 comments:

  1. Leuk te lezen! Wij willen meer!
    Lfs,
    Rian en Stephan

    ReplyDelete
  2. Mooi geschreven mop
    Jose

    ReplyDelete
  3. En zo zijn er dan toch een hoop dingen die je na 20 jaar niet van elkaar wist. Leuk om te lezen! Danielle

    ReplyDelete
  4. Benieuwd naar het vervolg. 'Kom op'!
    Rob

    ReplyDelete